Minder verkeersbegeleiding: waar ligt de verantwoordelijkheid?
Het personeelstekort bij Rijkswaterstaat heeft steeds vaker gevolgen voor de scheepvaartbegeleiding. Vanaf 1 september wordt de verkeerspost Wijk bij Duurstede twee maanden lang 's nachts niet bemand. Ook in andere sectoren wordt de dienstverlening afgeschaald. In Dordrecht vervalt vanaf 15 september de nachtelijke verkeersbegeleiding, terwijl de vaarweg wel open blijft.
De ontwikkeling roept een bredere vraag op: hoe afhankelijk is de binnenvaart van verkeersbegeleiding en waar ligt de verantwoordelijkheid wanneer een verkeerspost niet beschikbaar is?
Een verkeerspost heeft onmiskenbaar een belangrijke functie. Verkeersleiders van Rijkswaterstaat ondersteunen schippers op drukke en onoverzichtelijke vaarwegen, geven informatie over de verkeerssituatie en kunnen aanwijzingen geven. Ook bij calamiteiten speelt de verkeerspost een belangrijke coördinerende rol.
Maar een verkeerspost neemt de verantwoordelijkheid van de schipper niet over. De schipper blijft verantwoordelijk voor het veilig voeren van zijn schip. Ook zonder verkeersbegeleiding moet een professionele schipper kunnen varen, gebruikmakend van eigen vakmanschap en beschikbare navigatiemiddelen.
Rijkswaterstaat maakt dat onderscheid feitelijk ook. In Dordrecht blijft de vaarweg 's nachts geopend, ondanks het ontbreken van verkeersbegeleiding. Schippers worden daar gevraagd extra alert te zijn op de verkeerssituatie en hun omgeving. Op het Amsterdam-Rijnkanaal wordt voor bepaalde grotere schepen en kegelschepen juist gekozen voor een nachtelijke stremming om de veiligheid te waarborgen.
Daarmee ontstaat een interessante discussie. Een verkeerspost is een belangrijke overheidsdienstverlening, maar niet de partij die het schip bestuurt. De overheid heeft de verantwoordelijkheid om vaarwegen veilig en beschikbaar te houden en de verkeersbegeleiding daar waar nodig goed te organiseren. De schipper blijft verantwoordelijk voor zijn eigen vaart.
De huidige personeelskrapte maakt het noodzakelijk om opnieuw naar die verhouding te kijken. Niet iedere vaarweg en ieder moment vraagt immers om dezelfde mate van verkeersbegeleiding. De vraag zou daarom niet alleen moeten zijn óf een verkeerspost bemand is, maar vooral welke verkeersbegeleiding op welke vaarweg noodzakelijk is om de risico's beheersbaar te houden.
Voor de binnenvaart is daarbij vooral duidelijkheid van belang. Als een verkeerspost niet bemand is, moeten schippers tijdig weten welke dienstverlening vervalt en welke aanvullende maatregelen gelden. Maar een vaarweg is nooit van toepassing.
De verkeerspost kan de schipper ondersteunen. Maar uiteindelijk blijft het de schipper die het schip voert en verantwoordelijk is voor een veilige vaart.


